Artikel 29 2
Vergoedingen, tegemoetkomingen en inhoudingen
Ga verder naar 29.9
- Tegemoetkoming woon-werkverkeer
- Werknemer met verhuisplicht
- De werknemer aan wie de verplichting tot verhuizing is opgelegd en die niet onmiddellijk slaagt in het vinden van een hem passende woongelegenheid, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling.
- De tegemoetkoming in de reiskosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in lid 1 is gelijk aan de noodzakelijk te maken reiskosten gebaseerd op de laagste klasse van het openbaar vervoer verminderd met een eigen bijdrage van € 40,00 per maand, tot een maximum volgens onderstaande tabel:
| Enkelereisafstand in kilometers meer dan | maar niet meer dan | Bedrag per maand per 1 januari 2005 |
| 0 km | 10 km | € 0,00 |
| 10 km | 15 km | € 65,98 |
| 15 km | 20 km | € 92,37 |
| 20 km | - | € 131,95 |
- Indien de werknemer gebruik maakt van het openbaar vervoer vervalt de in sub 2 genoemde eigen bijdrage. De werknemer dient de vervoersbewijzen aan de werkgever te overleggen.
- Werknemer zonder verhuisplicht
- Eveneens wordt een tegemoetkoming verleend in de kosten verbonden aan het eenmaal dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling aan de werknemer aan wie geen verplichting tot verhuizing is opgelegd.
- De tegemoetkoming is in dat geval gelijk aan de noodzakelijk te maken reiskosten gebaseerd op de laagste klasse van het openbaar vervoer tot een maximum van € 131,95 per maand, welk bedrag wordt verminderd met een eigen bijdrage van € 40,00 per maand. Een aldus berekende tegemoetkoming van € 2,00 per maand of minder wordt niet uitbetaald.
- Indien de werknemer gebruikmaakt van het openbaar vervoer, vervalt de in sub 2 genoemde eigen bijdrage. De werknemer dient de vervoersbewijzen aan de werkgever te overleggen.
- Voor werknemers met een niet-volledig dienstverband worden de in de beide vorige artikelen genoemde bedragen vastgesteld naar rato van het aantal dagen waarop door de werknemer wordt gereisd, waarbij de uit te betalen tegemoetkoming niet hoger kan zijn dan welke zou gelden voor een werknemer met een volledig dienstverband, in overigens gelijke omstandigheden.
- Indien de werknemer gedurende het dienstverband op eigen initiatief zonder instemming van de werkgever verhuist naar een woning die verder van de plaats van tewerkstelling is gelegen dan zijn oude woning, handhaaft de werkgever de berekening van de tegemoetkoming op de noodzakelijk te maken reiskosten tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling.
- Vergoedingen dienstreizen
- De werkgever dient in overeenstemming met de OR of PVT een regeling voor reis- en verblijfkostenvergoeding vast te stellen.
- Uitgangspunten van de ondernemingsregeling zijn:
- De werkgever is verplicht eventuele fiscale ruimte die overblijft bij de vergoeding voor woon-werkverkeer optimaal te benutten in het kader van de vergoeding voor dienstreizen.
- Indien er sprake is van een vergoeding per afgelegde kilometer waarbij de werknemer met toestemming van de werkgever gebruik maakt van de eigen auto, ontvangt de werknemer (met benutting fiscale ruimte) minimaal € 0,29 netto (niveau 2005) per afgelegde dienstreiskilometer.
- Indexatie moet onderdeel uitmaken van deze regeling. Als er ten onrechte vanaf de ingangsdatum sinds 1 januari 2005 verplichte ondernemingsregeling, in een onderneming de verplichte indexering van de kilometervergoeding en vergoedingen zoals genoemd in sub 8 achterwege is gebleven, dienen werkgever en OR of PVT zo spoedig mogelijk afspraken te maken over hoe dit te repareren.
- Dienstreizen en woon-werkverkeer zijn twee verschillende en dus gescheiden regelingen.
- Bij dienstreizen vindt geen verrekening met de vergoeding woonwerkverkeer plaats.
- De werkgever stelt in overleg met de OR of PVT voor de eigen organisatie vast wat een dienstreis is en wat als standplaats/ plaats van te werkstelling gerekend wordt (werkplek/ kantoor of woonplaats).
- Een afspraak over een mogelijke vergoeding voor tol- en parkeergelden dient onderdeel uit te maken van de regeling.
- Voorts dient een afspraak gemaakt te worden over alle onderwerpen die voorheen waren geregeld in Uitvoeringsregeling G van de CAO Jeugdhulpverlening 2002-2003, te weten:
- OV-vergoeding: de werknemer die in opdracht van de werkgever voor de uitoefening van zijn functie dienstreizen maakt, heeft aanspraak op een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer op basis van het laagste-klassetarief (niveau 2005), tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen;
- Bromfietsvergoeding: (niveau 2005 € 1,91 per dag);
- Fietsvergoeding: (niveau 2005 € 1,13 per dag bij een reisafstand tot 21 kilometer per dag en € 0,05 per dag vanaf de 21e kilometer per dag);
- Algemene vergoeding: voor de werknemer die zonder toestemming van de werkgever voor zijn dienstreizen gebruik maakt van de eigen auto in plaats van gebruik te maken van het openbaar vervoer (niveau 2005 € 0,09 per kilometer);
- Verblijfkostenvergoeding: (niveau 2005 de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 112,03 per etmaal);
- Verzekering: de werknemer die met toestemming van de werkgever voor zijn dienstreizen gebruik maakt van een eigen gemotoriseerd vervoermiddel, dient een WA-verzekering af te sluiten, die mede de aansprakelijkheid van de werkgever dekt en waarbij tevens een mede-inzittendenverzekering is afgesloten.
- Tegemoetkoming premie zorgverzekering
Iedere werknemer die ten minste een basisverzekering heeft gesloten, ontvangt een tegemoetkoming van de werkgever ter grootte van € 20,00 bruto per maand, ongeacht de omvang van zijn dienstverband.
naar boven
terug in history